Kwartierstaat van mijn neef en nicht

Citations


Lambert Emmes

1Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen (via E-mail ontvangen 11-8-2001).

2Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen, 30-9-1652.


Aeltien

1Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen (via E-mail ontvangen 11-8-2001).


Emmo Lamberts

1Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen (via E-mail ontvangen 11-8-2001), 28-1-1653.

2Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen, --1633.

3Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen.


Frouwe Tonnis

1Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen (via E-mail ontvangen 11-8-2001).

2Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen, --1633.


Tiddo Reents

1Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen (via E-mail ontvangen 11-8-2001).

2Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen.


Ave Egberts

1Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen (via E-mail ontvangen 11-8-2001).


Harm Jans Barcklage

1Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen (via E-mail ontvangen 11-8-2001), 28-12-1661.

2Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen, --1656.


Hille Jans

1Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen (via E-mail ontvangen 11-8-2001).

2Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen, --1656.

3Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen, 19-11-1656.
"Hille Jans, huisvr. van Herman Barcklage aan de ene zijde, aan de andere zijde Frans Jans, Tonnis Emmens, mede caverende voor zijn susteren. Erfscheiding erflanden van zal. vader en moeder. Hille geniet 6 deim. in de heert van 25 deim. in Noordbroek plus susterpart behuisinge daarop. Frans Jans en Tonnis Emmens q.q. genieten 19 deim. in die heerd en 2 broedeparten van de behuisinge. Remke Ipens heeft voor dezen al iets gehad."

4Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen, 28-12-1661.
"Hille Jans, wed. Harm Jans Barcklage accoord met diens broer Jan Huijsinge. Zij belooft 2120 Car.gld."

5Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen, 6-5-1667.
"Willem Jans en Wijpke Ypes, Oucke Peters, wed. P. Oomkes afhandeling met Hille, wed. Harmen Barcklage, en Tonnis Emmen, Jan Frans en Hindrick Hindricks haar neven, zijnde Hille de moeder van deze erfgenamen, namelijk van zal. Ypo en Jan Remkes, die zonen zijn geweest van voorn. Hille Jans."


Remko Ipens

1Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen (via E-mail ontvangen 11-8-2001).


Hille Jans

1Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen (via E-mail ontvangen 11-8-2001).

2Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen, 19-11-1656.
"Hille Jans, huisvr. van Herman Barcklage aan de ene zijde, aan de andere zijde Frans Jans, Tonnis Emmens, mede caverende voor zijn susteren. Erfscheiding erflanden van zal. vader en moeder. Hille geniet 6 deim. in de heert van 25 deim. in Noordbroek plus susterpart behuisinge daarop. Frans Jans en Tonnis Emmens q.q. genieten 19 deim. in die heerd en 2 broedeparten van de behuisinge. Remke Ipens heeft voor dezen al iets gehad."

3Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen, 28-12-1661.
"Hille Jans, wed. Harm Jans Barcklage accoord met diens broer Jan Huijsinge. Zij belooft 2120 Car.gld."

4Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen, 6-5-1667.
"Willem Jans en Wijpke Ypes, Oucke Peters, wed. P. Oomkes afhandeling met Hille, wed. Harmen Barcklage, en Tonnis Emmen, Jan Frans en Hindrick Hindricks haar neven, zijnde Hille de moeder van deze erfgenamen, namelijk van zal. Ypo en Jan Remkes, die zonen zijn geweest van voorn. Hille Jans."


Johan III van Welvelde

1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 298 - 300, 21-9-1521, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.


Wilhelma van den Rutenberg

1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 298 - 300, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.


Gert van Welvelde

1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 298 - 300, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.

2H.W. Hammer, Van Mulert tot Moelard deel II (Huissen, 4 januari 1999), pag. 12, Blad 2, H.W. Hammer.
"Mulert wordt op allerlei mogelijke manieren gespeld: Moulard, Moelaert, Mulart, Moelard, Muylert, Muylardth e.a."
Volgens een persoonlijke mededeling van de heer Hammer is dit niet dezelfde familie als de Mulerts genoemd in de Nederlandsche Leeuw en het Nederlands Adelsboek.

3H.W. Hammer, Van Mulert tot Moelard deel II, pag. 12, Blad 2.


Feye Mulert

1H.W. Hammer, Van Mulert tot Moelard deel II (Huissen, 4 januari 1999), pag. 12, Blad 2, --1499, H.W. Hammer.
"Mulert wordt op allerlei mogelijke manieren gespeld: Moulard, Moelaert, Mulart, Moelard, Muylert, Muylardth e.a."
Volgens een persoonlijke mededeling van de heer Hammer is dit niet dezelfde familie als de Mulerts genoemd in de Nederlandsche Leeuw en het Nederlands Adelsboek.


Maria van Welvelde

1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 298 - 300, --1532, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.

2J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid, 1981, kol. 298 - 300, --1532.


Frans Jans

1Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen (via E-mail ontvangen 11-8-2001).

2Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten (De Nederlandsche Leeuw), § II, kol. 223 - 225, 8-10-1624, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
1980, kol. 1 - 28, § I Tiddinga
1980, kol. 213 - 248, § II Huninga (van Oostwold), zie ook NL 1963 kol. 105 - 106
1984, kol. 133 - 152, § IX Doedens
1985, kol. 410 - 445, § X Bauckens - Gockinga II
1986, kol. 449 - 489, § XI Wigboldus / Poppens
1987, kol. 22 - 30, § XII Elties II
1987, kol. 90 - 94, § XIII Luwert Egberts en zijn nageslacht
1987, kol. 253 - 260, § XIV Boelo Boelens en zijn nageslacht
1987, kol. 261 - 295, § XV Hewens / Tonckens
1988, kol. 9 - 25, § XVI Wypckens
1988, kol. 25 - 36, § XVII Hayens
1988, kol. 228 - 247, § XVIII Hayens / Matthiae
1988, kol. 363 - 384, § XIX Tonckens
1989, kol. 344 - 356, § XX Fockens / Hoysum
1989, kol. 357 - 369, § XXI Sybelkens (kol. 369 niet verwerkt)
1990, kol. 65 - 86, § XXII Waldricks
1990, kol. 87 - 98, § XXIII Meeckens / Tonkes
1990, kol. 98 - 105, § XXIV Hayens / Eppens
1996, kol. 177 - 185, Brontsema (aanvulling op 'Oldambster geslachten').


Engel Hilles

1Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen (via E-mail ontvangen 11-8-2001).


Frans Jans

1Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen (via E-mail ontvangen 11-8-2001).

2Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen, 16-4-1626.

3Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten (De Nederlandsche Leeuw), § II, kol. 223 - 225, 8-10-1624, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
1980, kol. 1 - 28, § I Tiddinga
1980, kol. 213 - 248, § II Huninga (van Oostwold), zie ook NL 1963 kol. 105 - 106
1984, kol. 133 - 152, § IX Doedens
1985, kol. 410 - 445, § X Bauckens - Gockinga II
1986, kol. 449 - 489, § XI Wigboldus / Poppens
1987, kol. 22 - 30, § XII Elties II
1987, kol. 90 - 94, § XIII Luwert Egberts en zijn nageslacht
1987, kol. 253 - 260, § XIV Boelo Boelens en zijn nageslacht
1987, kol. 261 - 295, § XV Hewens / Tonckens
1988, kol. 9 - 25, § XVI Wypckens
1988, kol. 25 - 36, § XVII Hayens
1988, kol. 228 - 247, § XVIII Hayens / Matthiae
1988, kol. 363 - 384, § XIX Tonckens
1989, kol. 344 - 356, § XX Fockens / Hoysum
1989, kol. 357 - 369, § XXI Sybelkens (kol. 369 niet verwerkt)
1990, kol. 65 - 86, § XXII Waldricks
1990, kol. 87 - 98, § XXIII Meeckens / Tonkes
1990, kol. 98 - 105, § XXIV Hayens / Eppens
1996, kol. 177 - 185, Brontsema (aanvulling op 'Oldambster geslachten').


Frouwe Ubbens

1Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen (via E-mail ontvangen 11-8-2001), 9-7-1607.

2Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen, 16-4-1626.


Tammo Jannes

1Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen (via E-mail ontvangen 11-8-2001).


Barber Sierts

1Jaap Tjadens, Kwartierstaat Swijcko Emmen (via E-mail ontvangen 11-8-2001).