1Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 391, 11-6-1515, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Wie de lijsten van burgemeesters, schepenen en tienmannen der stad Breda, opgenomen in Van Goor, doorleest kan vaststellen dat, evenals in de meeste andere Nederlandse steden in de 16e en 17e eeuw, ook in Breda leden van vaak dezelfde families de regeringsfuncties bekleedden. ... Een daarvan is het geslacht Beens."
1981: kol. 387 t/m 405
Addenda:
1982: kol. 174 t/m 175, Dingmans Beens (1595 - 1639) alias 'Soect het hemels', R. Tempelaars
1982: kol. 363, Het geslacht Beens te Breda, Mr. J.L. Rijndorp.
Zie Gielis Cornelis Beens.2Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 390, 20-12-1501.
Zie Cornelie Gielis Beens.3Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 390, 8-1-1504.
Zie Cornelie Gielis Beens.4Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 390, 22-5-1504.
Zie Gielis Cornelis Beens.5Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 391, 15-5-1512.
Zie Anthonis Cornelis Beens.6Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 391, 4-2-1517.
Zie Cornelis Cornelis Beens.
1Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 403, 16-7-1684, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Wie de lijsten van burgemeesters, schepenen en tienmannen der stad Breda, opgenomen in Van Goor, doorleest kan vaststellen dat, evenals in de meeste andere Nederlandse steden in de 16e en 17e eeuw, ook in Breda leden van vaak dezelfde families de regeringsfuncties bekleedden. ... Een daarvan is het geslacht Beens."
1981: kol. 387 t/m 405
Addenda:
1982: kol. 174 t/m 175, Dingmans Beens (1595 - 1639) alias 'Soect het hemels', R. Tempelaars
1982: kol. 363, Het geslacht Beens te Breda, Mr. J.L. Rijndorp.2Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 403, 26-11-1725.
3Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 403, 29-11-1725.
4Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 403, 21-10-1709.
5Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 403.
6Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 403.
7Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 403, --1718/1720.
8F.M.A. van Schaik, Adriaan Wiercx (18-7-1678) (Gemeente archief Breda), N610, akte 157, 22-12-1730.
Notarieele akten, zie bij Adrianus Wiercx.
1Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 403, 14-1-1743, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Wie de lijsten van burgemeesters, schepenen en tienmannen der stad Breda, opgenomen in Van Goor, doorleest kan vaststellen dat, evenals in de meeste andere Nederlandse steden in de 16e en 17e eeuw, ook in Breda leden van vaak dezelfde families de regeringsfuncties bekleedden. ... Een daarvan is het geslacht Beens."
1981: kol. 387 t/m 405
Addenda:
1982: kol. 174 t/m 175, Dingmans Beens (1595 - 1639) alias 'Soect het hemels', R. Tempelaars
1982: kol. 363, Het geslacht Beens te Breda, Mr. J.L. Rijndorp.2Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 403, 18-1-1743.
Grote kerk.3Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 403, 21-10-1709.
4Mr. G. van Niekerken, Beljaerts (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1978, kol. 331 - 333, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Het geslacht Beljaerts te Terheiden, Breda, Oosterhout."
1978, kol. 313 t/m 337.5F.M.A. van Schaik, Adriaan Wiercx (18-7-1678) (Gemeente archief Breda), N537, Akte 37, 17-10-1708.
Notarieele akten.6F.M.A. van Schaik, Adriaan Wiercx (18-7-1678), N610, akte 157, 22-12-1730.
Notarieele akten, zie bij Adrianus Wiercx.
1Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 403, 30-4-1712, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Wie de lijsten van burgemeesters, schepenen en tienmannen der stad Breda, opgenomen in Van Goor, doorleest kan vaststellen dat, evenals in de meeste andere Nederlandse steden in de 16e en 17e eeuw, ook in Breda leden van vaak dezelfde families de regeringsfuncties bekleedden. ... Een daarvan is het geslacht Beens."
1981: kol. 387 t/m 405
Addenda:
1982: kol. 174 t/m 175, Dingmans Beens (1595 - 1639) alias 'Soect het hemels', R. Tempelaars
1982: kol. 363, Het geslacht Beens te Breda, Mr. J.L. Rijndorp.2Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 404.
3Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 403, 3-5-1712.
Grote kerk.
1Mr. G. van Niekerken, Beljaerts (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1978, kol. 329 - 330, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Het geslacht Beljaerts te Terheiden, Breda, Oosterhout."
1978, kol. 313 t/m 337.
Kerstijne Mercelis Mercelisdr.
1Mr. G. van Niekerken, Beljaerts (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1978, kol. 329 - 330, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Het geslacht Beljaerts te Terheiden, Breda, Oosterhout."
1978, kol. 313 t/m 337.
1Mr. G. van Niekerken, Beljaerts (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1978, kol. 331 - 333, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Het geslacht Beljaerts te Terheiden, Breda, Oosterhout."
1978, kol. 313 t/m 337.2Mr. G. van Niekerken, 's-Gravenhage, Kwartierstaat van Bodegom - Coomans (Ons Voorgeslacht, Nr. 178, 24e jaargang, juni 1969), 1969, blz. 111, --1612, Ons Voorgeslacht, Maandblad van de Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Postbus 404, Rotterdam.
CD-Rom Jaargangen 1 - 50 (1946 - 1995), Jaarboeken 1 - 5 (1954 - 1969) en Zuidhollandse genealogieën deel I & II (1986, 1991)
Alleen het Beens - Beljaerts gedeelte overgenomen.
en verder.3Mr. G. van Niekerken, Beljaerts, 1978, kol. 331 - 333.
4Mr. G. van Niekerken, 's-Gravenhage, Kwartierstaat van Bodegom - Coomans, 1969, blz. 111, --1612.
en verder.
1Mr. G. van Niekerken, Beljaerts (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1978, kol. 331 - 333, 5-11-1628, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Het geslacht Beljaerts te Terheiden, Breda, Oosterhout."
1978, kol. 313 t/m 337.2Mr. G. van Niekerken, 's-Gravenhage, Kwartierstaat van Bodegom - Coomans (Ons Voorgeslacht, Nr. 178, 24e jaargang, juni 1969), 1969, blz. 111, Ons Voorgeslacht, Maandblad van de Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Postbus 404, Rotterdam.
CD-Rom Jaargangen 1 - 50 (1946 - 1995), Jaarboeken 1 - 5 (1954 - 1969) en Zuidhollandse genealogieën deel I & II (1986, 1991)
Alleen het Beens - Beljaerts gedeelte overgenomen.
1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 304, 15-3-1360, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.2Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen (De Nederlandsche Leeuw, 1977 kol. 225 - 278), 1977, kol. 259 - 260, --1392, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Verbeteringen en aanvullingen; vervolg op 1973, kol. 190 - 217 en 238 - 298."
Vgl. Ds. J.W. Schaap, De geschiedenis van het Overijsselse adelijke geslacht Stelling in De Ned. Leeuw, 1969, kol. 175 - 196.
1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 304, 14-2-1392, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.2Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen (De Nederlandsche Leeuw, 1977 kol. 225 - 278), 1977, kol. 259 - 260, --1392, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Verbeteringen en aanvullingen; vervolg op 1973, kol. 190 - 217 en 238 - 298."
Vgl. Ds. J.W. Schaap, De geschiedenis van het Overijsselse adelijke geslacht Stelling in De Ned. Leeuw, 1969, kol. 175 - 196.
1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 304, --1392, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.2Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen (De Nederlandsche Leeuw, 1977 kol. 225 - 278), 1977, kol. 259 - 260, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Verbeteringen en aanvullingen; vervolg op 1973, kol. 190 - 217 en 238 - 298."
Vgl. Ds. J.W. Schaap, De geschiedenis van het Overijsselse adelijke geslacht Stelling in De Ned. Leeuw, 1969, kol. 175 - 196.
1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 302, 14-2-1360, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.
1Rijksarchiefdienst (c) 2000, Genlias, Burgerlijke stand, NB 121.160, Inv. 8163, nr 10, 11-7-1837, Rijksarchiefdienst, Was: genlias.nl, Nu: https://www.wiewaswie.nl.
2Rijksarchiefdienst (c) 2000, Genlias, Burgerlijke stand, NB 121.160, Inv. 8163, nr 10, 22-11-1868.
1Rijksarchiefdienst (c) 2000, Genlias, Burgerlijke stand, NB 121.160, Inv. 8163, nr 10, 30-9-1842, Rijksarchiefdienst, Was: genlias.nl, Nu: https://www.wiewaswie.nl.
2Rijksarchiefdienst (c) 2000, Genlias, Burgerlijke stand, NB 121.160, Inv. 8163, nr 10, 22-11-1868.
1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 276, Abt--1263, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.
1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 292, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.
1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 276, Abt--1287, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.2J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid, 1981, kol. 292 - 293, 13-7-1308.