1Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 395 - 396, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Wie de lijsten van burgemeesters, schepenen en tienmannen der stad Breda, opgenomen in Van Goor, doorleest kan vaststellen dat, evenals in de meeste andere Nederlandse steden in de 16e en 17e eeuw, ook in Breda leden van vaak dezelfde families de regeringsfuncties bekleedden. ... Een daarvan is het geslacht Beens."
1981: kol. 387 t/m 405
Addenda:
1982: kol. 174 t/m 175, Dingmans Beens (1595 - 1639) alias 'Soect het hemels', R. Tempelaars
1982: kol. 363, Het geslacht Beens te Breda, Mr. J.L. Rijndorp.
1Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 395 - 396, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Wie de lijsten van burgemeesters, schepenen en tienmannen der stad Breda, opgenomen in Van Goor, doorleest kan vaststellen dat, evenals in de meeste andere Nederlandse steden in de 16e en 17e eeuw, ook in Breda leden van vaak dezelfde families de regeringsfuncties bekleedden. ... Een daarvan is het geslacht Beens."
1981: kol. 387 t/m 405
Addenda:
1982: kol. 174 t/m 175, Dingmans Beens (1595 - 1639) alias 'Soect het hemels', R. Tempelaars
1982: kol. 363, Het geslacht Beens te Breda, Mr. J.L. Rijndorp.
1Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 395 - 396, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Wie de lijsten van burgemeesters, schepenen en tienmannen der stad Breda, opgenomen in Van Goor, doorleest kan vaststellen dat, evenals in de meeste andere Nederlandse steden in de 16e en 17e eeuw, ook in Breda leden van vaak dezelfde families de regeringsfuncties bekleedden. ... Een daarvan is het geslacht Beens."
1981: kol. 387 t/m 405
Addenda:
1982: kol. 174 t/m 175, Dingmans Beens (1595 - 1639) alias 'Soect het hemels', R. Tempelaars
1982: kol. 363, Het geslacht Beens te Breda, Mr. J.L. Rijndorp.
1Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 395 - 396, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Wie de lijsten van burgemeesters, schepenen en tienmannen der stad Breda, opgenomen in Van Goor, doorleest kan vaststellen dat, evenals in de meeste andere Nederlandse steden in de 16e en 17e eeuw, ook in Breda leden van vaak dezelfde families de regeringsfuncties bekleedden. ... Een daarvan is het geslacht Beens."
1981: kol. 387 t/m 405
Addenda:
1982: kol. 174 t/m 175, Dingmans Beens (1595 - 1639) alias 'Soect het hemels', R. Tempelaars
1982: kol. 363, Het geslacht Beens te Breda, Mr. J.L. Rijndorp.
1Mr. H.L. Hommes, Een Groninger tak van het geslacht Van Isselmuden (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1938, kol. 441, --1428, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"In het Huisarchief Farmsum, berustende in het Rijksarchief te Groningen, waarvan een inventaris van de hand van Mr. P.C.L. rutgers in de Verslagen van 's Rijks oude archieven van 1900 verscheen, bevinden zich een paar charters, betrekking hebbende op de familie Van Isselmuden, die van meer belang zijn, dan men zo op het eerste gezicht zou zeggen."
1938: Alleen kolom 440 en 441 verwerkt (artikel loopt tot kolom 448).
1952: Addenda et Corrigenda.2Mr. H.L. Hommes, Een Groninger tak van het geslacht Van Isselmuden, 1938, kol. 441, --1428.
1Mr. H.L. Hommes, Een Groninger tak van het geslacht Van Isselmuden (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1938, kol. 441, --1428, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"In het Huisarchief Farmsum, berustende in het Rijksarchief te Groningen, waarvan een inventaris van de hand van Mr. P.C.L. rutgers in de Verslagen van 's Rijks oude archieven van 1900 verscheen, bevinden zich een paar charters, betrekking hebbende op de familie Van Isselmuden, die van meer belang zijn, dan men zo op het eerste gezicht zou zeggen."
1938: Alleen kolom 440 en 441 verwerkt (artikel loopt tot kolom 448).
1952: Addenda et Corrigenda.2Mr. H.L. Hommes, Een Groninger tak van het geslacht Van Isselmuden, 1938, kol. 441, --1428.
1H.H.R. en P.B.v.B., Wentholt, ten Behm Wentholt, Protestant, Zutphen. (Nederlands Patriciaat, Stamreeks), 1938, blz. 323 - 324, Centraal Bureau voor Genealogie, Postbus 11755, 2502 AT Den Haag, (070) 3150510.
"Wapen: Gevierendeeld: I en IV in goud een schuinrechts geplaatste, zwartgesteelde blauwe bijl; II en III in zilver een groene pijnboom op grasgrond. Helm met blauw-gouden wrong. Helmteken: tussen een beurtelings van blauw en goud doorsneden vlucht de bijl van het schild, paalsgewijs geplaatst. Dekkleden: rechts: goud en zwart, links: zilver en groen. Schildhouders: twee roodgetongde leeuwen van natuurlijke kleur."
CD-Rom gegevens, ISBN 90-5802-015-0
Jaargangen 1913, 1938.2d. C. H., Wentholt (Geadelde tak uitgestorven in 1879.) (Nederlands Adelsboek CD 1953), pagina 320 - 321, Centraal Bureau voor Genealogie, Postbus 11755, 2502 AT Den Haag, ISBN 90-5802-017-7.
"Wapen: Gevierendeeld: I en IV in goud een schuinrechts geplaatste blauwe bijl met zwarten steel; II en III in zilver een uitgerukte pijnboom van natuurlijke kleur. Een aanziend-gestelde zilveren traliehelm, rood gevoerd, goud omboord, met gouden tralies, om het halsgedeelte een gouden band, waaraan een gouden medaillon, met goud-blauwe wrong. Helmteeken: Een vlucht doorsneden beurtelings van blauw en goud, waartusschen verticaal geplaatst de bijl van het eerste en vierde kwartier. Helmkleeden: Rechts zwart en goud, links groen en zilver.".3H.H.R. en P.B.v.B., Wentholt, ten Behm Wentholt, Protestant, Zutphen., 1938, blz. 323 - 324, 1-12-1670.
4d. C. H., Wentholt (Geadelde tak uitgestorven in 1879.), pagina 320 - 321, 1-12-1670.
5H.H.R. en P.B.v.B., Wentholt, ten Behm Wentholt, Protestant, Zutphen., 1938, blz. 323 - 324, 19-3-1647.
".... tr. (ondertr. Zutphen 28 Febr., naar Lochem geatt. 19 Maart 1647) ......."
Is dit nu trouwen of weer ondertrouw?.6d. C. H., Wentholt (Geadelde tak uitgestorven in 1879.), pagina 320 - 321, --1647.
7H.H.R. en P.B.v.B., Wentholt, ten Behm Wentholt, Protestant, Zutphen., 1938, blz. 323 - 324, 28-2-1647.
8d. C. H., Wentholt (Geadelde tak uitgestorven in 1879.), pagina 320 - 321, 28-2-1647.
9d. C. H., Wentholt (Geadelde tak uitgestorven in 1879.), pagina 320 - 321, 19-3-1647.
10H.H.R. en P.B.v.B., Wentholt, ten Behm Wentholt, Protestant, Zutphen., 1938, blz. 323 - 324, 23-2-1648.
11d. C. H., Wentholt (Geadelde tak uitgestorven in 1879.), pagina 320 - 321, --1648/1670.
12H.H.R. en P.B.v.B., Wentholt, ten Behm Wentholt, Protestant, Zutphen., 1938, blz. 323 - 324, --1660/1668.
"Op zijn verzoek ontslagen."13H.H.R. en P.B.v.B., Wentholt, ten Behm Wentholt, Protestant, Zutphen., 1938, blz. 323 - 324.
14d. C. H., Wentholt (Geadelde tak uitgestorven in 1879.), pagina 320 - 321.
1d. C. H., Wentholt (Geadelde tak uitgestorven in 1879.) (Nederlands Adelsboek CD 1953), pagina 320 - 321, Centraal Bureau voor Genealogie, Postbus 11755, 2502 AT Den Haag, ISBN 90-5802-017-7.
"Wapen: Gevierendeeld: I en IV in goud een schuinrechts geplaatste blauwe bijl met zwarten steel; II en III in zilver een uitgerukte pijnboom van natuurlijke kleur. Een aanziend-gestelde zilveren traliehelm, rood gevoerd, goud omboord, met gouden tralies, om het halsgedeelte een gouden band, waaraan een gouden medaillon, met goud-blauwe wrong. Helmteeken: Een vlucht doorsneden beurtelings van blauw en goud, waartusschen verticaal geplaatst de bijl van het eerste en vierde kwartier. Helmkleeden: Rechts zwart en goud, links groen en zilver.".2H.H.R. en P.B.v.B., Wentholt, ten Behm Wentholt, Protestant, Zutphen. (Nederlands Patriciaat, Stamreeks), 1938, blz. 323 - 324, 21-11-1696, Centraal Bureau voor Genealogie, Postbus 11755, 2502 AT Den Haag, (070) 3150510.
"Wapen: Gevierendeeld: I en IV in goud een schuinrechts geplaatste, zwartgesteelde blauwe bijl; II en III in zilver een groene pijnboom op grasgrond. Helm met blauw-gouden wrong. Helmteken: tussen een beurtelings van blauw en goud doorsneden vlucht de bijl van het schild, paalsgewijs geplaatst. Dekkleden: rechts: goud en zwart, links: zilver en groen. Schildhouders: twee roodgetongde leeuwen van natuurlijke kleur."
CD-Rom gegevens, ISBN 90-5802-015-0
Jaargangen 1913, 1938.3d. C. H., Wentholt (Geadelde tak uitgestorven in 1879.), pagina 320 - 321, Aft 21-11-1696.
4H.H.R. en P.B.v.B., Wentholt, ten Behm Wentholt, Protestant, Zutphen., 1938, blz. 323 - 324, 19-3-1647.
".... tr. (ondertr. Zutphen 28 Febr., naar Lochem geatt. 19 Maart 1647) ......."
Is dit nu trouwen of weer ondertrouw?.5d. C. H., Wentholt (Geadelde tak uitgestorven in 1879.), pagina 320 - 321, --1647.
6H.H.R. en P.B.v.B., Wentholt, ten Behm Wentholt, Protestant, Zutphen., 1938, blz. 323 - 324, 28-2-1647.
7d. C. H., Wentholt (Geadelde tak uitgestorven in 1879.), pagina 320 - 321, 28-2-1647.
8d. C. H., Wentholt (Geadelde tak uitgestorven in 1879.), pagina 320 - 321, 19-3-1647.
1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 294 - 295, 31-10-1353, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.
1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 294 - 295, 22-5-1357, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.
1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 276, Abt--1287, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.2J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid, 1981, kol. 292 - 293, 13-7-1308.
1Mr. G. van Niekerken, Beljaerts (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1978, kol. 323, --1472, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Het geslacht Beljaerts te Terheiden, Breda, Oosterhout."
1978, kol. 313 t/m 337.2Mr. G. van Niekerken, Beljaerts, 1978, kol. 323.
3Mr. G. van Niekerken, Beljaerts, 1978, kol. 323, 24-7-1443.
"Henric Goodscales e.a. van (didit) Henric Peter Bailierts een half rogs erfp. te betalen Lichtmisse."4Mr. G. van Niekerken, Beljaerts, 1978, kol. 323, --1457.
5Mr. G. van Niekerken, Beljaerts, 1978, kol. 323, --1460.
"R.A. 's Hertogenbosch, Oosterhout, R.268, fol. 68, 13 maart 1533: aanhaling schepenbrief: "Wij Henric Peters ende Henric Peter Beliaerts zoon schepenen der Heren van St. Jan in Oosterhout oorkonden dat voor ons comen is etc.: bezegelt in't jaar ons Heren duizend vierhondert sestig, 4 daghen in februario."."6Mr. G. van Niekerken, Beljaerts, 1978, kol. 323, Abt 12-10-1461.
"Henr. Pet. Bailierts koopt III buynder beemden, een half buynder gel. tussen Symon Gerrits en Adriaen Wout Theeuws en d'ander buynder tusschen Godert Obrecht erfgen. en Kerstiuen Bailierts met meer anderen."
1Mr. G. van Niekerken, Beljaerts (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1978, kol. 323, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Het geslacht Beljaerts te Terheiden, Breda, Oosterhout."
1978, kol. 313 t/m 337.2Mr. G. van Niekerken, Beljaerts, 1978, kol. 323, 11-10-1460.
Zie bij Lysbeth, haar dochter.
1Mr. G. van Niekerken, Beljaerts (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1978, kol. 323, 11-10-1460, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Het geslacht Beljaerts te Terheiden, Breda, Oosterhout."
1978, kol. 313 t/m 337.
"Gherrit van de Sande, voogd van Lysbeth, natuurlijke dochter Henr. Pet. Bailaerts, die hij hadde bij Marie Peter. legt beslag."
1Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen (De Nederlandsche Leeuw, 1977 kol. 225 - 278), 1977, kol. 271 - 274, --1450/1451, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Verbeteringen en aanvullingen; vervolg op 1973, kol. 190 - 217 en 238 - 298."
Vgl. Ds. J.W. Schaap, De geschiedenis van het Overijsselse adelijke geslacht Stelling in De Ned. Leeuw, 1969, kol. 175 - 196.2Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 268, --1433.
3Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 268, --1433/1445.
4Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 268, 18-11-1442.
Zijn neef Wolter zegelt mede.5Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 268, 1-2-1443.
6Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 268, --1445.
7Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 268, 23-8-1446.
8Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 268, 23-4-1450.
1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 285 - 286, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.
1Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen (De Nederlandsche Leeuw, 1977 kol. 225 - 278), 1977, kol. 271 - 274, --1450/1451, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Verbeteringen en aanvullingen; vervolg op 1973, kol. 190 - 217 en 238 - 298."
Vgl. Ds. J.W. Schaap, De geschiedenis van het Overijsselse adelijke geslacht Stelling in De Ned. Leeuw, 1969, kol. 175 - 196.2Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 271 - 274, --1444.
3Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 268, --1433.
4Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 268, --1433/1445.
5Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 268, 18-11-1442.
Zijn neef Wolter zegelt mede.6Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 268, 1-2-1443.
7Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 268, --1445.
8Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 268, 23-8-1446.
9Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 268, 23-4-1450.
1Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen (De Nederlandsche Leeuw, 1977 kol. 225 - 278), 1977, kol. 271 - 274, --1460, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Verbeteringen en aanvullingen; vervolg op 1973, kol. 190 - 217 en 238 - 298."
Vgl. Ds. J.W. Schaap, De geschiedenis van het Overijsselse adelijke geslacht Stelling in De Ned. Leeuw, 1969, kol. 175 - 196.2Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 271 - 274, --1444.
3Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 268, --1451.
1Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen (De Nederlandsche Leeuw, 1977 kol. 225 - 278), 1977, kol. 269, --1476, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Verbeteringen en aanvullingen; vervolg op 1973, kol. 190 - 217 en 238 - 298."
Vgl. Ds. J.W. Schaap, De geschiedenis van het Overijsselse adelijke geslacht Stelling in De Ned. Leeuw, 1969, kol. 175 - 196.2Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 269, --1507.
1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 285 - 286, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.
Wolter Stelling Hermanszoon.2Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen (De Nederlandsche Leeuw, 1977 kol. 225 - 278), 1977, kol. 271 - 274, --1429, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Verbeteringen en aanvullingen; vervolg op 1973, kol. 190 - 217 en 238 - 298."
Vgl. Ds. J.W. Schaap, De geschiedenis van het Overijsselse adelijke geslacht Stelling in De Ned. Leeuw, 1969, kol. 175 - 196.3Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 271 - 274, --1395.
4Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 261 - 262, 7-3-1407.
5Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 261, 7-9-1412.
6Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 262, --1427.
7Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen, 1977, kol. 262, --1429.