1Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 403, 23-3-1670, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Wie de lijsten van burgemeesters, schepenen en tienmannen der stad Breda, opgenomen in Van Goor, doorleest kan vaststellen dat, evenals in de meeste andere Nederlandse steden in de 16e en 17e eeuw, ook in Breda leden van vaak dezelfde families de regeringsfuncties bekleedden. ... Een daarvan is het geslacht Beens."
1981: kol. 387 t/m 405
Addenda:
1982: kol. 174 t/m 175, Dingmans Beens (1595 - 1639) alias 'Soect het hemels', R. Tempelaars
1982: kol. 363, Het geslacht Beens te Breda, Mr. J.L. Rijndorp.2Mr. G. van Niekerken, 's-Gravenhage, Kwartierstaat van Bodegom - Coomans (Ons Voorgeslacht, Nr. 178, 24e jaargang, juni 1969), 1969, blz. 110, 23-3-1670, Ons Voorgeslacht, Maandblad van de Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Postbus 404, Rotterdam.
CD-Rom Jaargangen 1 - 50 (1946 - 1995), Jaarboeken 1 - 5 (1954 - 1969) en Zuidhollandse genealogieën deel I & II (1986, 1991)
Alleen het Beens - Beljaerts gedeelte overgenomen.3Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 403, 15-11-1716.
Aangegeven.4Mr. G. van Niekerken, 's-Gravenhage, Kwartierstaat van Bodegom - Coomans, 1969, blz. 110, 19-11-1716.
Aangegeven, 4 dagen verschil met de annotatie in de Ned. Leeuw uit 1981, kol. 403.5Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 403, --1698.
6Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 403.
7Mr. G. van Niekerken, 's-Gravenhage, Kwartierstaat van Bodegom - Coomans, 1969, blz. 110.
8Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 403, 26-3-1698.
9Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 403, --1705.
10Mr. G. van Niekerken, 's-Gravenhage, Kwartierstaat van Bodegom - Coomans, 1969, blz. 110, --1705.
11F.M.A. van Schaik, Adriaan Wiercx (18-7-1678) (Gemeente archief Breda), N537, Akte 37, 17-10-1708.
Notarieele akten.12Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 403.
1Mr. G. van Niekerken, 's-Gravenhage, Kwartierstaat van Bodegom - Coomans (Ons Voorgeslacht, Nr. 178, 24e jaargang, juni 1969), 1969, blz. 110, Ons Voorgeslacht, Maandblad van de Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Postbus 404, Rotterdam.
CD-Rom Jaargangen 1 - 50 (1946 - 1995), Jaarboeken 1 - 5 (1954 - 1969) en Zuidhollandse genealogieën deel I & II (1986, 1991)
Alleen het Beens - Beljaerts gedeelte overgenomen.2Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 403, 28-12-1729, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Wie de lijsten van burgemeesters, schepenen en tienmannen der stad Breda, opgenomen in Van Goor, doorleest kan vaststellen dat, evenals in de meeste andere Nederlandse steden in de 16e en 17e eeuw, ook in Breda leden van vaak dezelfde families de regeringsfuncties bekleedden. ... Een daarvan is het geslacht Beens."
1981: kol. 387 t/m 405
Addenda:
1982: kol. 174 t/m 175, Dingmans Beens (1595 - 1639) alias 'Soect het hemels', R. Tempelaars
1982: kol. 363, Het geslacht Beens te Breda, Mr. J.L. Rijndorp.
Aangegeven.3Mr. G. van Niekerken, 's-Gravenhage, Kwartierstaat van Bodegom - Coomans, 1969, blz. 110, 28-12-1729.
Aangegeven.4Mr. G. van Niekerken, Beljaerts (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1978, kol. 331 - 333, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Het geslacht Beljaerts te Terheiden, Breda, Oosterhout."
1978, kol. 313 t/m 337.5F.M.A. van Schaik, Adriaan Wiercx (18-7-1678) (Gemeente archief Breda), N537, Akte 37, 17-10-1708.
Notarieele akten.
1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 279, 8-12-1325, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.
1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 279, 8-5-1325, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.
1Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 397 - 398, 22-11-1587, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Wie de lijsten van burgemeesters, schepenen en tienmannen der stad Breda, opgenomen in Van Goor, doorleest kan vaststellen dat, evenals in de meeste andere Nederlandse steden in de 16e en 17e eeuw, ook in Breda leden van vaak dezelfde families de regeringsfuncties bekleedden. ... Een daarvan is het geslacht Beens."
1981: kol. 387 t/m 405
Addenda:
1982: kol. 174 t/m 175, Dingmans Beens (1595 - 1639) alias 'Soect het hemels', R. Tempelaars
1982: kol. 363, Het geslacht Beens te Breda, Mr. J.L. Rijndorp.
statie Bergstraat.2Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 397 - 398, 7-3-1626.
3Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 397 - 398, 11-7-1616.
voor schepenen.4Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 397 - 398, --1616.
5Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 397 - 398.
1Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 397 - 398, Abt--1599, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Wie de lijsten van burgemeesters, schepenen en tienmannen der stad Breda, opgenomen in Van Goor, doorleest kan vaststellen dat, evenals in de meeste andere Nederlandse steden in de 16e en 17e eeuw, ook in Breda leden van vaak dezelfde families de regeringsfuncties bekleedden. ... Een daarvan is het geslacht Beens."
1981: kol. 387 t/m 405
Addenda:
1982: kol. 174 t/m 175, Dingmans Beens (1595 - 1639) alias 'Soect het hemels', R. Tempelaars
1982: kol. 363, Het geslacht Beens te Breda, Mr. J.L. Rijndorp.2Mr. G. van Niekerken, Het geslacht Beens te Breda, 1981, kol. 397 - 398, 11-7-1616.
voor schepenen.
1Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten (De Nederlandsche Leeuw), § XVI, kol. 12 - 15, 19-11-1563, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
1980, kol. 1 - 28, § I Tiddinga
1980, kol. 213 - 248, § II Huninga (van Oostwold), zie ook NL 1963 kol. 105 - 106
1984, kol. 133 - 152, § IX Doedens
1985, kol. 410 - 445, § X Bauckens - Gockinga II
1986, kol. 449 - 489, § XI Wigboldus / Poppens
1987, kol. 22 - 30, § XII Elties II
1987, kol. 90 - 94, § XIII Luwert Egberts en zijn nageslacht
1987, kol. 253 - 260, § XIV Boelo Boelens en zijn nageslacht
1987, kol. 261 - 295, § XV Hewens / Tonckens
1988, kol. 9 - 25, § XVI Wypckens
1988, kol. 25 - 36, § XVII Hayens
1988, kol. 228 - 247, § XVIII Hayens / Matthiae
1988, kol. 363 - 384, § XIX Tonckens
1989, kol. 344 - 356, § XX Fockens / Hoysum
1989, kol. 357 - 369, § XXI Sybelkens (kol. 369 niet verwerkt)
1990, kol. 65 - 86, § XXII Waldricks
1990, kol. 87 - 98, § XXIII Meeckens / Tonkes
1990, kol. 98 - 105, § XXIV Hayens / Eppens
1996, kol. 177 - 185, Brontsema (aanvulling op 'Oldambster geslachten').
1Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten (De Nederlandsche Leeuw), § XVI, kol. 12 - 15, 19-11-1563, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
1980, kol. 1 - 28, § I Tiddinga
1980, kol. 213 - 248, § II Huninga (van Oostwold), zie ook NL 1963 kol. 105 - 106
1984, kol. 133 - 152, § IX Doedens
1985, kol. 410 - 445, § X Bauckens - Gockinga II
1986, kol. 449 - 489, § XI Wigboldus / Poppens
1987, kol. 22 - 30, § XII Elties II
1987, kol. 90 - 94, § XIII Luwert Egberts en zijn nageslacht
1987, kol. 253 - 260, § XIV Boelo Boelens en zijn nageslacht
1987, kol. 261 - 295, § XV Hewens / Tonckens
1988, kol. 9 - 25, § XVI Wypckens
1988, kol. 25 - 36, § XVII Hayens
1988, kol. 228 - 247, § XVIII Hayens / Matthiae
1988, kol. 363 - 384, § XIX Tonckens
1989, kol. 344 - 356, § XX Fockens / Hoysum
1989, kol. 357 - 369, § XXI Sybelkens (kol. 369 niet verwerkt)
1990, kol. 65 - 86, § XXII Waldricks
1990, kol. 87 - 98, § XXIII Meeckens / Tonkes
1990, kol. 98 - 105, § XXIV Hayens / Eppens
1996, kol. 177 - 185, Brontsema (aanvulling op 'Oldambster geslachten').
1Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten (De Nederlandsche Leeuw), § XVI, kol. 22 - 25, 23-5-1670, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
1980, kol. 1 - 28, § I Tiddinga
1980, kol. 213 - 248, § II Huninga (van Oostwold), zie ook NL 1963 kol. 105 - 106
1984, kol. 133 - 152, § IX Doedens
1985, kol. 410 - 445, § X Bauckens - Gockinga II
1986, kol. 449 - 489, § XI Wigboldus / Poppens
1987, kol. 22 - 30, § XII Elties II
1987, kol. 90 - 94, § XIII Luwert Egberts en zijn nageslacht
1987, kol. 253 - 260, § XIV Boelo Boelens en zijn nageslacht
1987, kol. 261 - 295, § XV Hewens / Tonckens
1988, kol. 9 - 25, § XVI Wypckens
1988, kol. 25 - 36, § XVII Hayens
1988, kol. 228 - 247, § XVIII Hayens / Matthiae
1988, kol. 363 - 384, § XIX Tonckens
1989, kol. 344 - 356, § XX Fockens / Hoysum
1989, kol. 357 - 369, § XXI Sybelkens (kol. 369 niet verwerkt)
1990, kol. 65 - 86, § XXII Waldricks
1990, kol. 87 - 98, § XXIII Meeckens / Tonkes
1990, kol. 98 - 105, § XXIV Hayens / Eppens
1996, kol. 177 - 185, Brontsema (aanvulling op 'Oldambster geslachten').2Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten, § XVIII, kol. 239 - 241, 23-5-1670.
3Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten, § XVI, kol. 22 - 25, 16-6-1644.
4Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten, § XVIII, kol. 239 - 241, 16-6-1644.
5Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten, § XVI, kol. 22 - 25, 24-5-1644.
6Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten, § XVIII, kol. 239 - 241, 24-5-1644.
1Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten (De Nederlandsche Leeuw), § XVI, kol. 22 - 25, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
1980, kol. 1 - 28, § I Tiddinga
1980, kol. 213 - 248, § II Huninga (van Oostwold), zie ook NL 1963 kol. 105 - 106
1984, kol. 133 - 152, § IX Doedens
1985, kol. 410 - 445, § X Bauckens - Gockinga II
1986, kol. 449 - 489, § XI Wigboldus / Poppens
1987, kol. 22 - 30, § XII Elties II
1987, kol. 90 - 94, § XIII Luwert Egberts en zijn nageslacht
1987, kol. 253 - 260, § XIV Boelo Boelens en zijn nageslacht
1987, kol. 261 - 295, § XV Hewens / Tonckens
1988, kol. 9 - 25, § XVI Wypckens
1988, kol. 25 - 36, § XVII Hayens
1988, kol. 228 - 247, § XVIII Hayens / Matthiae
1988, kol. 363 - 384, § XIX Tonckens
1989, kol. 344 - 356, § XX Fockens / Hoysum
1989, kol. 357 - 369, § XXI Sybelkens (kol. 369 niet verwerkt)
1990, kol. 65 - 86, § XXII Waldricks
1990, kol. 87 - 98, § XXIII Meeckens / Tonkes
1990, kol. 98 - 105, § XXIV Hayens / Eppens
1996, kol. 177 - 185, Brontsema (aanvulling op 'Oldambster geslachten').2Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten, § XVIII, kol. 239 - 241.
3Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten, § XVI, kol. 22 - 25, 16-6-1644.
4Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten, § XVIII, kol. 239 - 241, 16-6-1644.
5Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten, § XVI, kol. 22 - 25, 24-5-1644.
6Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten, § XVIII, kol. 239 - 241, 24-5-1644.
1Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten (De Nederlandsche Leeuw), § XVI, kol. 22 - 25, 23-5-1670, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
1980, kol. 1 - 28, § I Tiddinga
1980, kol. 213 - 248, § II Huninga (van Oostwold), zie ook NL 1963 kol. 105 - 106
1984, kol. 133 - 152, § IX Doedens
1985, kol. 410 - 445, § X Bauckens - Gockinga II
1986, kol. 449 - 489, § XI Wigboldus / Poppens
1987, kol. 22 - 30, § XII Elties II
1987, kol. 90 - 94, § XIII Luwert Egberts en zijn nageslacht
1987, kol. 253 - 260, § XIV Boelo Boelens en zijn nageslacht
1987, kol. 261 - 295, § XV Hewens / Tonckens
1988, kol. 9 - 25, § XVI Wypckens
1988, kol. 25 - 36, § XVII Hayens
1988, kol. 228 - 247, § XVIII Hayens / Matthiae
1988, kol. 363 - 384, § XIX Tonckens
1989, kol. 344 - 356, § XX Fockens / Hoysum
1989, kol. 357 - 369, § XXI Sybelkens (kol. 369 niet verwerkt)
1990, kol. 65 - 86, § XXII Waldricks
1990, kol. 87 - 98, § XXIII Meeckens / Tonkes
1990, kol. 98 - 105, § XXIV Hayens / Eppens
1996, kol. 177 - 185, Brontsema (aanvulling op 'Oldambster geslachten').2Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten, § XVIII, kol. 239 - 241, 23-5-1670.
3Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten, § XVI, kol. 22 - 25, 11-9-1653.
4Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten, § XVIII, kol. 239 - 241, 11-9-1653.
1Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten (De Nederlandsche Leeuw), § XVI, kol. 22 - 25, 16-3-1688, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
1980, kol. 1 - 28, § I Tiddinga
1980, kol. 213 - 248, § II Huninga (van Oostwold), zie ook NL 1963 kol. 105 - 106
1984, kol. 133 - 152, § IX Doedens
1985, kol. 410 - 445, § X Bauckens - Gockinga II
1986, kol. 449 - 489, § XI Wigboldus / Poppens
1987, kol. 22 - 30, § XII Elties II
1987, kol. 90 - 94, § XIII Luwert Egberts en zijn nageslacht
1987, kol. 253 - 260, § XIV Boelo Boelens en zijn nageslacht
1987, kol. 261 - 295, § XV Hewens / Tonckens
1988, kol. 9 - 25, § XVI Wypckens
1988, kol. 25 - 36, § XVII Hayens
1988, kol. 228 - 247, § XVIII Hayens / Matthiae
1988, kol. 363 - 384, § XIX Tonckens
1989, kol. 344 - 356, § XX Fockens / Hoysum
1989, kol. 357 - 369, § XXI Sybelkens (kol. 369 niet verwerkt)
1990, kol. 65 - 86, § XXII Waldricks
1990, kol. 87 - 98, § XXIII Meeckens / Tonkes
1990, kol. 98 - 105, § XXIV Hayens / Eppens
1996, kol. 177 - 185, Brontsema (aanvulling op 'Oldambster geslachten').2Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten, § XVIII, kol. 239 - 241, 16-3-1688.
3Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten, § XVI, kol. 22 - 25, 11-9-1653.
4Drs. O.D.J. Roemeling, Oldambster geslachten, § XVIII, kol. 239 - 241, 11-9-1653.
1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 304, 15-3-1360, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.2Drs. O.D.J. Roemeling, Adelijke geslachten in Drenthe in de Middeleeuwen (De Nederlandsche Leeuw, 1977 kol. 225 - 278), 1977, kol. 259 - 260, --1392, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"Verbeteringen en aanvullingen; vervolg op 1973, kol. 190 - 217 en 238 - 298."
Vgl. Ds. J.W. Schaap, De geschiedenis van het Overijsselse adelijke geslacht Stelling in De Ned. Leeuw, 1969, kol. 175 - 196.3J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid, 1981, kol. 304, 24-2-1378.
1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 304, 24-2-1378, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.2J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid, 1981, kol. 304, 24-2-1378.
1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 279, 8-12-1325, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.
1J.W. Schaap, De heren van Ruinen en hun heerlijkheid (Nederlandse Leeuw CD-Rom, ISBN 90-800382-8-8), 1981, kol. 279 en 282, 8-12-1325, Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Postbus 85630, 2508 CH 's-Gravenhage.
"De bisschoppen van Utrecht hadden in de hoge en late Middeleeuwen een sterke band met Drenthe. Tijdens het episcopaat van Herbert van Bierum (of wellicht: van Wierum, 1139 - 1150) stelde de bisschop zijn ene broer Lefferd aan tot prefect van Groningen en de omringende Noorddrentse gebieden en een andere broer Lodolf tot prefect van Coevorden met jurisdictie over de rest van Drenthe. De Coevordense prefecten en de groeiende stad Groningen stelden zich steeds onafhankelijker op tegenover de bisschoppen, met als gevolg eeuwenlange moeilijkheden en strijd.
Afzijdig van deze strijdgebieden bevond zich in het zuidwesten van Drenthe een heerlijkheid Ruinen. Deze heerlijkheid heeft zich in een veel rustiger bestaan kunnen verheugen."
Letterlijke citaten zijn grotendeels als annotatie overgenomen, wegens het familierelatie bewijs dat in de tekst beschreven staat.
1Rijksarchiefdienst (c) 2000, Genlias, Burgerlijke stand, NB 121.181, Inv. 9069, nr 8, 18-6-1827, Rijksarchiefdienst, Was: genlias.nl, Nu: https://www.wiewaswie.nl.
2Rijksarchiefdienst (c) 2000, Genlias, Burgerlijke stand, NB 121.181, Inv. 9069, nr 8, 1-5-1874.
1Rijksarchiefdienst (c) 2000, Genlias, Burgerlijke stand, NB 121.181, Inv. 9069, nr 8, 29-7-1834, Rijksarchiefdienst, Was: genlias.nl, Nu: https://www.wiewaswie.nl.
2Rijksarchiefdienst (c) 2000, Genlias, Burgerlijke stand, NB 121.181, Inv. 9069, nr 8, 1-5-1874.